Betis Sevilla

Vlak na de loting gaan Yves en ik naar een touroperator om onze reis naar Sevilla te regelen. De prijzen vallen al bij al redelijk mee, zodat we beginnen met de vaste gezichten te informeren. Uiteindelijk valt de prijs voor enkelen toch wel tegen en zijn uiteindelijk slechts 5 Purple Hazers te vinden voor een tripje naar Sevilla.

We vertrekken naar Sevilla met alweer een 0 op 15. Over heel België klinkt het hoongelach en galmt “Schand van Europa” van de tribunes. Opgeteld met de vorige editie zitten we nu al aan 0 op 33. Zoals Betis in Anderlecht kwam spelen, ziet het er ook nu niet naar uit dat we punten zullen kunnen sprokkelen. We laten het uiteraard niet aan ons hart komen en vertrekken vanuit Zaventem naar Madrid, waar we moeten overstappen. De juffrouw aan de incheckbalie vraagt aan de eerste van de 5, toevallig Yves, om achteraan in het vliegtuig plaats te nemen.. “kwestie van het evenwicht te bewaren”. We zitten op een vliegtuig voor 180 man, maar er zijn slechts een 25-tal reizigers: het koude zweet breekt hem uit. De reis verloopt echter voorspoedig en 2 uur later zitten we al in Madrid. Daar blijkt onze vlucht te zijn uitgesteld en moeten we enkele uren wachten. Daarom besluiten we maar even een hapje te gaan eten. We komen terecht bij een Italiaanse bar, waar we uiteraard pizza of panini kunnen bestellen. Chelle, die net een nieuw vals gebit heeft, is verplicht van gebit te wisselen om te kunnen bijten: hilarisch tafereel en geen enkele omstaander die begrijpt wat er zo grappig is aan onze tafel. Met een klein vliegtuigje worden we uiteindelijk naar Sevilla gevlogen.

Van de luchthaven in Sevilla worden we naar ons hotel, toepasselijk Hotel Sevilla genaamd, gebracht. Achter de balie moet een oude dronken man ons inchecken. Hij ruikt naar de wisky, spreekt geen letter Frans of Engels en van zijn Spaans is al evenmin een bal te verstaan. Na 20 minuten proberen, smijten we onze identiteitskaarten op de balie, waarna de man begint met kopie’s te nemen en langzaam de nodige documenten in te vullen. Wanneer het inchecken afgehandeld blijkt te zijn, steekt hij van wal met een heuse speech. Uiteraard verstaan we er geen fluit van en vragen we onze identiteitskaarten terug. De man geeft niet op en begint te tekenen op een papiertje, waarop hij een vierkantje tekent vergezeld met een pijltje om de hoek en de naam van een hotel. We kijken elkaar verbaasd aan en snappen niets van de situatie. Wil die dwaas ons nu duidelijk maken dat er in zijn hotel gene plaats meer is en dat we het hotel om de hoek moeten binnen gaan of dat er om de hoek de ingang is van onze kamers. We gebaren dat we het snappen, nemen de afstandsbedieningen van de televisies en wandelen buiten. De man haast zich vanachter zijn balie “nonono” en gebaart dat we naar boven moeten. We snappen er geen ballen van en gaan onze bagage op de kamer zetten. Daar bel ik Piekes om uit te vissen waar de rest van de vaste gezichten ergens uithangt. Nu worden de rare kuren van de man aan de balie ons duidelijk: Piekes en Lange hadden een nota achtergelaten in ons hotel en gevraagd om ons naar hun hotel, achter de hoek te sturen… vandaaaaaaar!

Bon, we trekken de stad in om toch een eerste zicht te krijgen op de stad. De straten lopen vol jeugd, want morgen is het een nationale feestdag in Spanje. Er is amper bier te zien, de jongeren lopen bijna allemaal met een fles sterke drank in de hand. We vragen enkele proppers waar we het best terecht kunnen. Soms worden we bij de voorgestelde bars gewoon geweigerd, anders is de bar helemaal leeg. Even later krijgen we een verlossend smsje met de naam van een bar waar we verwacht worden. Andere habitués hebben zich daar genesteld en het is er zeer goed: Bestiario! Wanneer we aankomen staat een lange rij te wachten voor ze door de buitenwippers binnengelaten worden. Ook hier is het goed toeven, in de rij wachtenden staan genoeg vrouwtjes aan wie we onze ogen de kost kunnen geven: vooral de juffrouw in het rode leer geniet de nodige aandacht. Door tussenkomst van de Anderlechtsupporters die reeds binnen zitten, mag de rij wachtenden sneller binnen. De keet zit volgepakt en we vliegen er meteen in. Gelukkig krijgen we na een half uur al te horen dat er geen koud bier meer is: mooi zo, gedaan met Heineken. We schakelen dan maar over op wodka-fanta. Yves, die ik nog nooit iets alcoholisch heb zien drinken, bestelt bacardi-cola. Ik geloof mijn oren niet. We laten ons helemaal gaan in het Spaanse nachtleven en geven onze ogen uiteraard goed de kost. Op een bepaald moment staan we zelfs zeer gezellig dicht tegen de Spaanse dames aan: we kunnen écht niet anders… zoveel volk is er. Enkele wodka-fanta’s en bacardi-cola’s later zijn we plots Yves kwijt. Waar zou hij uithangen na al zijn bacardi’s? Enkele minuten later vinden we hem springend terug aan de andere kant van de zaal “On est chez nous, on est chez nous”! We verhuizen naar het midden van de zaal en raken aan de praat met FC Sevilla supporters, die uiteraard beloven morgen voor ons te zullen supporteren. Eindelijk wordt er ook een beetje muziek gedraaid die voor ons herkenbaar is en de Belgen in de bar gaan helemaal uit hun dak. Yves staat nu op iets te springen wat voor zetel, tafel of venstertablet kan doorgaan. De manager van de bar maant hem aan daar vanaf te komen. Met een vriendelijke verontschuldigende “Perdono” kan er alweer om gelachen worden en gaan we verder met het feest. Omstreeks half 5 keren we naar ons hotel terug, de eerste nacht was alvast geslaagd.

De volgende morgen trekken we de stad in, op zoek naar de verborgen schatten van Sevilla. Piekes raadt ons verschillende verborgen schatten aan, maar het grootste altaar ter wereld en de plaats waar Christoffel Columbus begraven ligt, zijn niet meteen de plaatsen waarin we geïnteresseerd zijn. Wanneer we even aan een bar stoppen om te kijken wat er zoal op het menu staat, worden we door de eigenaar binnengeroepen. Spontaan snijdt hij ons enkele stukjes hesp af: overheerlijk. Verder valt er niet zoveel te eten, dus nemen we genoegen met een frisdrank. Bij 28°C lopen we in onze hemdjes en polos over straat, waar de Spanjaarden in hemden met lange mouwen of lichte pulls lopen. In Spanje zijn we volgens Yves verplicht om paella te eten: alleen Celle en Yves wagen zich eraan, de rest bestelt iets anders. In de namiddag bezetten we de Irish Pub, niet ver van Bestiario. We drinken en lachen de hele namiddag. Ongetwijfeld zitten de 2 supporters met de meeste Europese verplaatsingen met Anderlecht samen in deze pub: samen goed voor meer dan 100 Europese verplaatsingen. Even later wordt onze aandacht gevestigd op een auto die zich aan het parkeren is vlakbij de pub: Ivica Dragutinovic is de bestuurder. We laten hem duidelijk merken dat wij Anderlecht zijn en dat we niet van Standard moeten weten. We lachen er ons krom om. Sommige supporters gaan zich nog even verfrissen of een hapje eten, vooraleer we ook de andere bevriende supporters, die net aangekomen zijn, laten weten waar we zitten. Uiteraard hebben we tegen nu al genoeg alcohol genuttigd en terwijl de bar volstroomt met Spanjaarden die gedaan hebben met werken, laten we duidelijk horen voor Anderlecht te supporteren. De mensen rondom ons snappen er geen bal van en manen ons aan “tranquillo” te zijn. Jaja, de ballen, We are Anderlecht and we are here! De groep is te groot om in afzonderlijke taxi’s naar het stadion te gaan en bovendien is er een bus, die ons vlakbij het stadion afzet. Met een 30-tal Anderlechtboys staan we op de bus te wachten. We laten duidelijk horen Anderlecht te zijn, niet in het minst met sarcastische songs. “Champions League, we’re havin’ a laugh”, “easy, easy”, “we’re out of de Champions League, Que Sera, Sera” en dergelijke meer worden ten beste gegeven. Wanneer de hele groep gesommeerd wordt 1€ voor de bus te betalen, wordt ook de bus getrakteerd op alle mogelijke Sportingsongs. “The driver is a Taliban” klinkt massaal en een kerkelijke hoogmishit wordt feilloos afgewerkt door 1 van de supporters. De Spanjaarden op de bus lijken het wel te smaken en lachen hartelijk om ons optreden: met de klak hadden we ongetwijfeld gouden zaken kunnen doen!

In het stadion worden we, Genk-gewijs, in een glazen kooi gestopt. Toch een 300-tal Anderlechtsupporters zijn meegereisd en ze hebben allemaal dezelfde mentaliteit. Hopen dat we winnen, maar het besef is dat we hier zijn om ons te amuseren. Al snel raken onze sarcastische songs ingeburgerd en gaat het hele vak mee uit de bol. Onze spelers doen het echter voortreffelijk en voetballen zeer goed mee. Het spel gaat op en neer en beide ploegen krijgen kansen. Wanneer Kompany ons iets voorbij het halfuur op voorsprong schiet, ontploft het vak helemaal. Het is nu geen minuut meer stil tot het allerlaatste fluitsignaal: de eer is gered, we hebben gewonnen! Spanjaarden gaan aan de haal met de reclameborden van de Champions League, terwijl wij onze helden daar beneden op het veld staan te vieren.

Zoals gewoonlijk moeten we tot lang na de match in ons vak blijven zitten, alleen zijn de klootzakken “vergeten” ons vervoer naar de stad te regelen: geen metro, geen bussen meer, geen taxi’s te vinden. Het wordt een lange wandeling weer naar de stad. Een bushalte verder besluit de hele Anderlechtmeute toch even te wachten op ene bus die misschien nog kan voorbijkomen. Een woeste Betis-supporter smijt vanuit zijn wagen een steen in de groep Anderlechtfans. De steen vliegt rakelings tussen Celle, Chelle en Piekes door en verbrijzelt de ruit van het bushokje. Dan maar te voet verder naar het centrum. Enkele honderden meters verder zien we dat er een bus op komst is en zien we in de verte voor ons ene bushok. We rennen naar het bushok in de hoop op tijd te zijn en dat de bus bijgevolg zal stoppen. Om elkaar wat op te jutten sneller te lopen, wordt er vanalles naar elkaar geroepen. Arme Chelle denkt dat we aangevallen worden door Spanjaarden en met P$V in het achterhoofd, snelt de 53-jarige alleman voorbij. Wanneer de bus ons voorbij rijdt en we onze ontgoocheling laten blijken, valt zijn centje en barst hij in lachen uit: “ik dacht dat die stierentemmers achter ons zaten”. Op de weg naar het centrum speelt Piekes intussen voor ervaren gids en leert hij ons de geschiedenis en bepaalde cultuurfenomenen van Sevilla aan. Wist u trouwens dat de Toro Del Oro in de 17e eeuw door de Moren werd gebouwd? Ik zal het alvast nooit meer vergeten.

Bij aankomst in het centrum gaan we ons even verfrissen in het hotel. Piekes belt ons dat hij even zal blijven rusten en later ons wel weer komt opzoeken. De rest van de groep trekt weer naar Bestiario. In tegenstelling tot gisteren zijn er amper andere mensen dan Belgen. Een 50-tal Anderlechtfans verzamelen zich en halen in de gezellige zeteltjes de gebruikelijke verhalen weer boven. 2 meisjes van Newcastle en de serveuses van de zaak mogen op onze belangstelling rekenen en sympathiek als ze zijn, lachen ze de hele avond mee. 1 van de supporters is ondertussen boven achter de onbemande draaitafel gekropen, wat op een massaal gejuich onthaald wordt. De manager haast zich naar boven om de fan weer naar de bevoegde zone te begeleiden. Wanneer de zaak wil sluiten, wordt ons vriendelijk verzocht weg te gaan: ze zijn zelfs zo behulpzaam om ons de andere place to be in Sevilla aan te duiden: Caramello’s it is! De mensen van Bestiario vertellen ons dat het te voet te lang stappen is en dat we beter met een taxi gaan. Wanneer we naar de grote markt, waar genoeg taxi’s te stoppen zijn, wandelen moet er eerst nog een plasstop gemaakt worden. 1 van de supporters springt met zijn broek op zijn knieën toch nog over een haag van een kleine meter hoog: hilarisch. In afwachting van de taxi’s, trekken we appelsienen van de bomen en beginnen we een heus appelsienengevecht: priceless! Uiteindelijk geraken we allemaal in Caramello’s en kunnen we weer de gebruikelijke wodka-fanta’s nuttigen. Ons geluk wordt echter nog groter, wanneer blijkt dat de spelers deze club hebben uitgekozen om hun overwinning te vieren. Ze zijn er bijna allemaal, de ene al wat rustiger dan de andere. Deschacht en Delorge betalen de supporters een rondje, Vanderhaeghe kan na de tussenkomst van Yves niet meer lachen: “Goe gespeeld vandaag eh Yves” terwijl VDH niet eens op het veld gestaan heeft. We raken met Laurent Delorge aan de praat en vragen of hij peter van onze supportersclub wil worden. Binnen de 5 minuten is alles in kannen en kruiken. Als wij Pierre Leroy op de hoogte brengen van ons verzoek, is Laurent onze nieuwe peter. We bouwen nog een geweldig feestje en omstreeks half 5 trekken we weer naar ons hotel. Piekes was in slaap gevallen en heeft het hele gebeuren gemist: ge moet maar luisteren als ik iets zeg! ;-)

Na 2 fantastische nachten en een overwinning van onze Sporting, keren we gelukkig weer naar huis. Bij de controle in de luchthaven wordt Yves echter tegengehouden. De detector blijft maar piepen wanneer hij passeert. Na een grondige controle blijkt dat een condoom de oorzaak is van het gepiep. Een hele vertrekhal was getuige van het voorval en wij lagen in een deuk van het lachen. De vlucht naar Barcelona en van Barcelona naar Zaventem verlopen alweer voorspoedig. We leren op het vliegtuig zelfs de dame van Ter Zake kennen. Celle belooft haar plechtig de afwas te zullen doen van zodra hij thuiskomt. Hilariteit alom en zo werd de reis weer in alle vreugde afgesloten.

Aftellen naar de Europese friendlies van volgend seizoen!

SC PURPLE HAZE INFO
E-mail: info@sc-purplehaze.be
Inschrijvingen: - Tina Brasseur
  (+32 493 51 74 07)
  - Online
Rekening (NIEUW!): BE22 1430 9342 5047
Vertrekpunt: Sporthal Keerbergen
  Putsebaan 103
  3140 Keerbergen